Agenda

2024

Vikingdag in Moesgard


Lees verder...

Statistiek

Vandaag 43
Deze week 43
Deze maand 3296
Vanaf 10-2008 1276408

Literatuur - Litteratur




 

 

 

 

Schrijversprofielen

Een schrijversprofiel bevat een biografie en bibliografie van een auteur.

Søren Kierkegaard

Tove Ditlevsen

Piet Hein

Peter Høeg

Karl Gjellerup


 

Deense literatuur


De vroegste literatuur
De vroegst bewaard gebleven teksten uit Denemarken zijn runeninscripties op gedenkstenen en andere voorwerpen. Sommige bevatten korte allitererende gedichten.

De komst van het Christendom in de 10e eeuw bracht Denemarken in contact met Europese kennis, waaronder de Latijnse taal en het Latijnse alfabet, maar het duurde tot het einde van de 12e eeuw voordat dit belangrijke literaire vruchten afwierp in de Gesta Danorum, een ambitieus historisch werk van Saxo Grammaticus. Saxo's werk is een belangrijke primaire bron voor de studie van Scandinavische mythen en legenden en een levendig verslag van de Deense geschiedenis tot aan de tijd van de auteur zelf. Andere middeleeuwse literaire werken zijn de Deense balladen, zoals het "Hundredvisebogen" "Boek met Honderd Balladen"" (1591) gepubliceerd door Anders Sørensen Vedel.

De 16e eeuw was de tijd van de Lutherse Reformatie in Denemarken en betekende een nieuwe periode in de literatuur van het land. Tot de belangrijkste schrijvers uit die tijd behoren de humanist Christiern Pedersen, die het Nieuwe Testament in het Deens vertaalde, en Poul Helgesen, die zich fel verzette tegen de Reformatie. In de 16e eeuw ontstonden ook de eerste toneelstukken in Denemarken, waaronder het werk van Hieronymus Justesen Ranch. De 17e eeuw was een tijdperk van hernieuwde interesse in Scandinavische oudheden met geleerden als Ole Worm in de voorhoede. Hoewel religieus dogmatisme toenam, overstijgen de gepassioneerde hymnen van Thomas Kingo het genre met persoonlijke expressie.

Fijnzinnige poëzie werd in het begin van de 17e eeuw gecreëerd door Anders Arrebo (1587-1637). Hij wordt vooral herinnerd om Hexaemeron, een gedicht dat de zes dagen van de Schepping beschrijft (ca. 1622), dat postuum werd gepubliceerd.

Externe strijd met Zweden en interne rivaliteit onder de adel die leidde tot de absolute monarchie van Denemarken in 1660 worden beschreven vanuit het verlossende perspectief van een koninklijke gevangene in Jammersminde (Herinnerde Narigheid), in het oprechte proza van Leonora Christina van de Blauwe Toren, geschreven in 1673-1698, maar voor het eerst gepubliceerd in 1869.

 

De 18e eeuw
Ludvig Holberg (1684-1754), beïnvloed door de ideeën van de Verlichting en het Humanisme, wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne Deense en Noorse literatuur. Hij is het bekendst om de komedies die hij schreef in 1722-1728. Tot de populairste behoren Jean de France en Erasmus Montanus, beide in de satirische stijl van Molière met pretentieuze, stereotype personages.

Neoklassieke poëzie, drama en het essay bloeiden tijdens de 18e eeuw onder invloed van Franse en Engelse invloeden. De Duitse inbreng is te zien in de verzen van de belangrijkste dichters van de late 18e eeuw, zoals Johannes Ewald en Jens Baggesen.

Andere 18e-eeuwse schrijvers zijn de piëtistische hymneschrijver Hans Adolph Brorson en de geestige, satirische dichter Johan Herman Wessel.

 

De Gouden 19e Eeuw
Tijdens de Deense Gouden Eeuw (1800-1850) stond het denken in de literatuur in het teken van de Romantiek. Het werd in 1802 geïntroduceerd door de filosoof Henrik Steffens. Hij presenteerde de belangrijkste thema's van de Duitse Romantiek, met de nadruk op de relatie tussen natuur, geschiedenis en mens. De beweging werd in stand gehouden door de romantici, vooral Adam Oehlenschläger (1779-1850), die vooral bekend is om zijn Digte (1803) en Poetiske Skrifter (1805) en hij werd al snel de belangrijkste dichter in Denemarken. Bernhard Severin Ingemann (1789-1862) publiceerde ook een verzameling romantische gedichten voordat hij een aantal toneelstukken produceerde, daarna een succesvolle serie romans en tenslotte een aantal mooie religieuze gedichten die, nadat ze op muziek gezet waren, een belangrijke toevoeging werden aan de gezangen die in Deense kerken gezongen worden.

Één van de belangrijkste personen in de Deense literaire cultuur was Nikolaj Grundtvig (1783-1872) die een groeiende geest van nationalisme bijbracht, aanvankelijk gebaseerd op zijn Noordelijke Mythologie (1808) en zijn lange drama, De Ondergang van het Heldenleven in het Noorden (1809). Naast een enorme stroom artikelen en gedichten schreef hij een aantal boeken, waaronder twee wereldgeschiedenissen (1814 en 1817), het lange historische gedicht Roskilde-Riim (Rijm van Roskilde) (1813) en een commentaar in boekvorm, Roskilde Saga. Grundtvig's lofzangboek zorgde voor een grote verandering in de Deense kerkdiensten, doordat de lofzangen van de nationale dichters werden vervangen door de langzame maten van de orthodoxe Lutheranen. In totaal schreef of vertaalde Grundtvig ongeveer 1500 hymnen, waarvan de meeste vandaag de dag nog steeds veel gezongen worden.

Hans Christian Andersen (1805-1875) is vooral bekend om zijn sprookjes, die hij tussen 1835 en 1872 schreef. Tot de meest bekende sprookjes behoren "De Sneeuwkoningin", "De Kleine Zeemeermin", "Duimelijntje", "Het Meisje met de Zwavelstokjes" en "Het Lelijke Eendje". Andersen, die beschouwd wordt als de vader van het moderne sprookje, schreef in totaal 156 sprookjes, waarvan er slechts 12 gebaseerd waren op volksverhalen. Maar Andersen schreef ook een aantal reisschetsen, verschillende romans waaronder "De Improvisator" (1835), een reeks gedichten en zijn autobiografie "Het Sprookje van Mijn Leven" (1855).

Søren Kierkegaard (1813-1855) was een existentialistisch filosoof en theoloog. Veel van zijn filosofische werk gaat over de vraag hoe men leeft, waarbij hij de nadruk legt op de prioriteit van de concrete menselijke werkelijkheid boven abstract denken en het belang van persoonlijke keuze en toewijding benadrukt. Zijn belangrijkste werken zijn Of/Of (Enten-Eller) (1843), Filosofische Fragmenten (Philosophiske Smuler) (1844), Stadia op de Levensweg (Stadier paa Livets Vei) (1845) en Afsluitend Onwetenschappelijk Naschrift bij Filosofische Fragmenten (Afsluttende uvidenskabelig Efterskrift) (1846). In tegenstelling tot de Hegeliaanse filosofie benadrukken ze de existentiële benadering die het bewustzijn van het individu over God verhoogt, maar zijn wanhoop over het niet kunnen bereiken van de eeuwige waarheid versterkt. Zijn religieuze werken omvatten Werken van Liefde (Kjerlighedens Gjerninger) (1847) en Oefening in het Christendom (Indøvelse i Christendom) (1850).

 

De Moderne Doorbraak
De Moderne Doorbraak was een belangrijke Scandinavische stroming die aan het eind van de 19e eeuw (1870-1890) het naturalisme en de debatliteratuur omvatte en de Romantiek verving. De Deense theoreticus Georg Brandes (1842-1927) wordt vaak beschouwd als de aanjager van de beweging. Tijdens de Moderne Doorbraak kwamen auteurs in opstand tegen oude tradities, vooral de Romantiek, en introduceerden een steeds internationalere kijk, een vrijere kijk op seksualiteit en religie, samen met interesse in wetenschappelijke doorbraken zoals het Darwinisme. Literatuur richtte zich steeds meer op realisme. Henrik Pontoppidan (1857-1943) werd in 1917 Nobelprijswinnaar voor "zijn authentieke beschrijvingen van het hedendaagse leven in Denemarken". Pontoppidans romans en korte verhalen geven een ongewoon uitgebreid beeld van zijn land en zijn tijdperk. Als schrijver was hij een interessante figuur, die afstand nam van zowel de conservatieve omgeving waarin hij was opgegroeid als van zijn socialistische tijdgenoten en vrienden. Hij was het jongste en in veel opzichten het meest originele en invloedrijke lid van de Moderne Doorbraak. Karl Gjellerup (1857-1919) deelde de Nobelprijs met Pontoppidan ondanks aanzienlijke controverse als gevolg van zijn Duitse betrekkingen.
Jens Peter Jacobsen (1847-1885) begon de naturalistische beweging in Denemarken met zijn romantische, melancholische gedichten. Hij wordt vooral herinnerd om zijn twee romans: Fru Marie Grubbe (1876) en Niels Lyhne (1880).

Andere auteurs die geassocieerd worden met de beweging van de Moderne Doorbraak zijn Holger Drachmann (1846-1908), een populaire dichter, Herman Bang (1857-1912), een succesvolle romanschrijver, en Sophus Schandorph die bekendheid verwierf met zijn Fra Provinsen (1876), een reeks rustieke verhalen.

 

De 20e eeuw - Vooroorlogse ontwikkelingen
De 20e eeuw begon met reacties tegen de naturalistische beweging en ging in de richting van nationalisme. Een nationaal-conservatieve trend werd belichaamd in het werk van priester, romanschrijver en toneelschrijver Kaj Munk en in de neoromantische nationale poëzie van Valdemar Rørdam.

Een andere richting was het moderne realisme van Bang en J.P. Jacobsen dat aanzet gaf tot een invloedrijk sociaal realisme. De belangrijkste exponenten van deze trend waren Hans Kirk en Martin Andersen Nexø, die met "Pelle de Veroveraar" (Pelle Erobreren) (1906-1910) nieuwe wegen insloegen in de voorstelling van de arbeidersklasse, met name de werkende vrouw. Populaire schrijvers als Poul Henningsen en Hans Scherfig volgden Brandes spoor van radicale cultuurkritiek.

In deze periode werd ook een streekgebonden benadering van literatuur geïntroduceerd door schrijvers als Jeppe Aakjær (1866-1930) uit Jutland en zijn vrouw Marie Bregendahl. Johannes Jørgensen (1866-1956) en Nobelprijswinnaar Johannes V. Jensen (1873-1950) richtten zich meer op persoonlijke zaken en gaven een nieuwe dimensie aan hun poëzie, waarbij ze van lyriek naar de zin van het bestaan gingen.

Karen Blixen (1885-1962), die ook het pseudoniem "Isak Dinesen" gebruikte, schreef zowel in het Engels als in het Deens en gebruikte vaak een sprookjesachtige stijl. Haar eerste succesvolle werk, de raadselachtige ""Zeven Gotische Vertellingen"", werd in 1934 in de Verenigde Staten gepubliceerd. Andere belangrijke werken zijn onder andere haar memoires Een Lied van Afrika (1937), waarin ze haar ervaringen in Kenia optekende, en nog twee bundels met korte verhalen, "De Wintervertellingen" (1942) en "De laatste verhalen" (1957).

 

De Naoorlogse Periode
Tove Ditlevsen (1917-1976) was een belangrijk dichteres, maar ook romanschrijfster, essayiste en schrijfster van korte verhalen. Ze werd één van de meest gelezen vrouwelijke schrijvers in Denemarken. Ditlevsen, bekend om haar directe stijl en eerlijke verslagen van haar privéleven in de armere wijken van Kopenhagen, genoot populariteit vanaf de jaren 1940 tot haar tragische zelfmoord in 1976. Tot haar populairste werken behoren haar autobiografische roman Barndommens Gade (De Straat van de Kindertijd) (1943) en haar hardvochtig eerlijke memoires Det Tidlige Forår (Het Vroege Voorjaar) (1976).

Klaus Rifbjerg (1931-2015) heeft meer dan 100 romans gepubliceerd, evenals poëzie, korte verhalen en tv-scripts. In zijn roman "Den Kroniske Uskyld" (Chronische Onschuld) (1958) over een generatie die problemen had met haar persoonlijke ontwikkeling en seksualiteit, creëerde Rifbjerg een beeld van zichzelf als een provocerende en schandalige auteur. De roman, nu een klassieker, is het eerste duidelijke teken in Rifbjergs werk van het thema puberteit dat in veel van zijn latere fictie is teruggekomen.

Dan Turèll (1946-1993) was een zeer productief schrijver die misschien wel het meest herinnerd wordt om zijn 12 detectiveverhalen, waarvan de eerste Mord i Mørket (Moord in het donker) werd gepubliceerd in 1981, de laatste Mord i San Francisco (Moord in San Francisco) in 1990. Maar hij schreef ook een gepassioneerde autobiografische roman, Vangede billeder (Beelden van Vangede) (1975), en vele bundels moderne poëzie.

Leif Davidsen (geboren in 1950) werkte voornamelijk in Spanje en Rusland als zelfstandig journalist voor Danmarks Radio en een aantal Deense kranten. Hij is nu bekender als auteur van aangrijpende thrillers, waarvan een aantal politiek combineert met spionage in Oost-Europa.

Bjarne Reuter (geboren in 1950) is een zeer productieve en populaire schrijver, vooral op het gebied van jeugdliteratuur. Veel van zijn verhalen zijn als film verschenen, waaronder "Zappa" (1977) en "Busters Verden" (Busters Wereld) (1979). De meeste van zijn boeken spelen zich af in de jaren vijftig en zestig in Kopenhagen.

Peter Høeg (1957) begon zijn literaire carrière in 1988 met zijn roman Forestilling om det tyvende århundrede (Voorstelling van de twintigste eeuw), waarin de kleurrijke personages deelnemen aan de overgang van Denemarken naar een moderne welvaartsstaat. Het was echter Frøken Smillas Fornemmelse for Sne (Smilla's Gevoel voor Sneeuw) uit 1992 werd echter zijn echte doorbraak. Het werd in 1997 uitgebracht als film en vertelt het verhaal van hoe Smilla, een Groenlandse, helpt het mysterie op te lossen van een jongen die van een dak naar beneden valt in de sneeuw en overlijdt. Bijna net zo populair zijn zijn romans De Måske Egnede of Grensgevallen (1994), Kvinden og Aben of De vrouw en de Aap (1996) en Den Stille Pige of De Stilte en het Meisje (2007).

Jens Christian Grøndahl (1959) begon zijn literaire carrière in 1985 met romans in de nogal complexe Franse nouveau roman stijl. Zijn doorbraak kwam in 1998 met zijn meer traditioneel gestructureerde Lucca, dat veel meer algemene aantrekkingskracht had. Grøndahl's psychologische inzicht in amoureuze relaties tussen personen van verschillende leeftijden heeft hem tot één van de meest geprezen moderne romanschrijvers van Denemarken gemaakt. Verschillende van zijn boeken zijn in het Nederlands vertaald, waaronder Tavshed i Oktober (Stilte in Oktober) (1996), Virginia (2000) en Et andet Lys (Veranderend licht) (2002).

 

Andere populaire hedendaagse auteurs zijn:
Benny Andersen (1929-2018), de favoriete tekstschrijver van Denemarken, van wiens verzamelde gedichten (Samlede Digte) (1998) meer dan 100.000 exemplaren zijn verkocht.
Jane Aamund (1936-2019), wiens populariteit vooral te danken is aan haar erotisch getinte autobiografische werken die in de jaren 1990 bestsellers werden.
Anders Bodelsen (1937-2021) wiens werk thrillers bevat over mensen uit de middenklasse die geconfronteerd worden met materialistische tendensen.
Elsebeth Egholm (geboren in 1960), een bestsellerauteur van misdaadfictie in het nieuwe millennium met twee televisieseries gebaseerd op haar romans, die internationaal succes oogstte met Those Who Kill.
Christian Kampmann (1939-1988) beschrijft in zijn romans de hogere middenklasse in het naoorlogse Denemarken.
Svend Aage Madsen (geb. 1939), wiens romans realisme en fantasie combineren, waaronder "Tugt og Utugt i Mellemtiden" (1976).
Dea Trier Mørch (1941-2001) die in 1976 internationale bekendheid verwierf met haar roman "Vinterbørn" (Winterkind) over de zorgen en moeilijkheden die vrouwen ondervinden bij de bevalling.
Jakob Ejersbo (1968-2008) wiens bestsellertrilogie over Tanzania, bestaande uit twee romans, "Eksil" (Ballingschap) en "Vrijheid", en een reeks korte verhalen, "Revolutie", de basisvoorwaarden en verlangens van het menselijk bestaan benadrukt.
Jussi Adler-Olsen (geboren 1950) werd een bestsellerauteur in 1997 met zijn eerste roman Alfabethuset, gevolgd door verschillende andere even succesvolle thrillers waaronder Flaskepost fra P (De noodkreet in de fles) in 2009.
Birgithe Kosovic (1972) is een bekroond romanschrijfster geworden met Det Dobbelte Land (Het Dubbele Land, 2010), gebaseerd op het drama van haar familie in voormalig Joegoslavië.

 

Nobelprijs
De Nobelprijs voor de Literatuur wordt beschouwd als de hoogste literaire onderscheiding. De prijs wordt sinds 1901 jaarlijks uitgereikt aan een schrijver die literair werk van buitengewoon hoog niveau heeft geschreven. In de woorden van Alfred Nobel: "Voor degene die op literair gebied het voortreffelijkste heeft voortgebracht in een ideale richting." Het gaat om schrijvers van blijvende waarde voor de wereldliteratuur.
De Nobelprijs voor de Literatuur is tot nu toe 3 keer uitgereikt aan een Deenstalige schrijver.
1917 - Karl Adolph Gjellerup
1917 - Henrik Pontoppidan
1944 - Johannes Vilhelm Jensen

 




2024 Harmen Schoonekamp | Contact | TalennetWebplattegrond. . .





Citaat van de dag

"Wetenschap zonder religie is lam, religie zonder wetenschap is blind.
Videnskab uden religion er lam. Religion uden videnskab er blind. "
- Albert Einstein -
(1879-1955)

Uw link hier?

Ook adverteren op deze pagina?

E-mail